Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ze naai* de Nederlandsche grens, waar de troepen dadelijk een begin maakten met hun interneering. Dat ging heel gemoedelijk. Generaal De Schepper en de officieren groetten de Nederlandsche militaire overheid en begaven zich met hen naar de auto's. De Nederlandsche soldaten ontvingen de Belgische soldaten en al pratende over de laatste gebeurtenissen gaven dezen hun wapens en patronen over, om later per extra-trein naar Eindhoven te worden gebracht.

Geen enkele Belg werd tijdens het bombardement gewond.

Zoodra de Duitschers in het klooster waren, begonnen zij de klok te luiden. Twee paters, meenende, dat dit een sein was om terug te keeren, begaven zich naar de Kluis.

De commandant verzocht hun aanstonds een paard en rijtuig, dat op Nederlandsch gebied in veiligheid gebracht was, in het klooster terug te brengen. Aan dit verzoek voldeden de paters en daarna keerden ze bij hunne confraters terug.

De schade, aan de Kluis aangericht, was betrekkelijk gering.

Des Zondagsmorgens werd de Belgische vlag van den toren neergehaald en vervangen door de Duitsche

Op deze wijze, gelijk jagers het wild vervolgen, werd geheel het Noorden van België door de Duitschers „schoongeveegd".

De overwinnaars konden nu zonder vrees voortgaan met de verdere uitwerking hunner plannen. Zonder vrees! Want forschdreigend werd overal het „Ik waarschuw u!" dat Von Beseier ' in Gent had doen hooren, door de Duitsche machthebbers herhaald. De strengste verbods-bepalingen werden uitgevaardigd, opdat de burgerlijke inwoners des lands zich niet zouden vergrijpen aan de Duitsche mannen en de Duitsche weermiddelen.

De gewaarschuwde Belgen volgden gelukkig de verschillende bevelen op, hoe moeilijk het hun ook viel, zich naar den vreemden wil te gedragen. Maar ze gedachten aan Visé en aan de dorpen van het Land van Hervé; aan Luik en Namen, die zwaar geboet hadden voor het gepleegde verzet; aan Leuven en Aerschot vooral, welker lot hen

nog met siddering verviflde En, wat niet verwacht werd, althans

zoo spoedig niet, gebeurde. De burgers in het overwonnen land en de soldaten van het overwinnend leger schenen zich te verbroederen; ze aten en dronken en schertsten te zamen. Zoo er al geen hechte vriendschaps-banden gesloten werden, gevoelens van haat en vijandschap openbaarden zich evenmin. Of onderdrukten de Belgen die? Wachtten ze op het geschikte oogenblik, om gezamenlijk den smaad der nederlaag te wreken? Of — nog een andere mogelijkheid — waren de Belgen zoo weinig vaderlandslievend, dat ze in enkele weken konden vergéten èn vergéven? Of — een laatste oorzaak voor de goede verstandhouding, dié tusschen de soldaten en burgers begon te heerschen — gevoelden de Belgen, dat alleen de ijzeren 216

Sluiten