Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geest —- door al Let schokkende om hen heen — nog meer verzwakt

dan het lichaam. Zwaar gaat hun ademhaling Daar ligt ook een

arme kerel zacht te steunen in een koortsachtigen slaap: een granaatkartets heeft hem het onderlijf opengescheurd. Niemand mag terug. De weg achter ons is onder het vuur van onze veldartillerie. Hij moet wachten, misschien tot morgen. Achter de brug -ziet het er vreeselijk uit. Donkere gedaanten, losjes met jassen bedekt; een verstijfde gele hand met uitgespreide vingers omhoog geheven: Engelschen, Belgen, Franschen — slechts zelden een van de onzen. Hier hebben de nachtelijke bestormingen, de vreeselijkste van alle gevechten, plaats gevonden, waarbij onze infanterie, bijna verpletterd door het vijandelijke artillerievuur van de dijken, in drie gruwehjke nachten steeds weer naar voren geworpen werd en overwinnaar bleef.

Gisterennacht had men dan het kanaal in storm veroverd. Er zal ternauwernood een plaats zijn op dit bloedige, vier honderd kilometer lange front, dat nu door heel Frankrijk van Belfort tot aan de zee loopt, waar de verliezen zoo zwaar geweest zijn. Graven links en

rechts: „Hier stierven den heldendood veertig man de compagnie

van het regiment", of: „Hier ligt luitenant Cleriek, van het tweede

Engelsche lanciers-regiment", of, op een zeer breeden grafheuvel: „Honderdtien Franschen en Belgen"; daaroverheen door elkaar'en half vernield vreemde wapenen, doorboorde helmen. O, Vlaanderen, wondermooi Vlaanderen, nooit heeft een land zooveel bloed en zooveel

gruwelijks gezien "

De Duitschers vorderden. Maar ten koste van ontzaglijke offers aan menschen!

En, toen de Yser-overtocht was bewerksteUigd, ging het weer verder. Dixmuiden was voor de Duitschers een onontbeerlijk bezit, wilden ze den voorgenomen opmarsch naar Duinkerken voortzetten en den overtocht naar Engeland beginnen.

En onophoudelijk beukte nu het] Duitsche geschut tegen, de stellingen der Bondgenooten óm en bij Dixmuiden. Een regen van vuur daalde over de loopgraven en versterkingen neer. En dan volgde de ééne bajonet-aanval op den andere. Op de Belgische en Fransche infanterie stormden ze in dichte.gelederen aan* tégen het vuur der machine-geweren, door Fransche marine-soldaten bediend, stormden ze in

Hoevele Duitschers voor Dixmuiden den dood vonden?

Telt ze niet! Telt ze niet!

„Dixmuiden is genomen!" — schalde het den lOen November door de Duitsche gelederen. En die roep, die een juichtoon werd, overstemde immers het geween van strijders over hun kameraden, van moeders over hun zonen, van vrouwen en kinderen over hun mannen en vaders.

Op Leven en Dood II, 15.

225

Sluiten