Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zij Swakopmundj Luderitzbucht en de draadloze stations aldaar en in het binnenland in hun macht krijgen, zouden wij dit als een grote noodzakelike dienst aan het Rijk beschouwen. U zal echter beseffen dat alle grondgebied tans bezet ter beschikking moet zijn van de rijksregering met het oog op een uiteindelijke regeling bij het einde van de oorlog. Andere Gewesten handelen op soortgelijke wijze onder dezelfde verstandhouding."

De Engelsche Regeering aan Botha op 9 Augustus: „Zijn Majesteits Regering acht het nemen van de draadloze kuststations te Swakopmund en Luderitzbucht dringend noodzakelik; dit kan slechts binnen redelike tijd ten uitvoer gebracht worden door een gezamenlike krijgsekspeditie te land en ter zee langs de kust. Bezetting van Windhuk draadloos station voor lange afstanden, die van groot belang is, zou kunnen volgen op een andere ekspeditie tegen kuststations pf onafhankelik uitgevoerd kunnen worden van het binnenland uit, maar dit moet uw Regering beslissen."

Botha aan de Engelsche Regeering op. 10 Augustus: „De Ministers hebben de eer Zijn Eksellentie de Ambtenaar1)! belast met de Regering mede te delen dat zij hun zorgvuldige aandacht geschonken hebben aan de belangrijke aangelegenheid, vermeld in de kommunikaties van de Sekretaris van Staat voor Koloniën van 6 en 9 dezer en dat zij er van harte mede instemmen om met de Rijksregering saam te werken door een ekspeditie te zenden voor het aangewezen doel, de krijgsverrichtingen ter zee te worden ondernomen door de Rijks autoriteiten en die te land door de Unie-Regering."

Zóó bond Botha zich de handen en zóó werd hij, die niet een aanvallenden oorlog voeren mocht, door zijn Engeland-naar-de-oogenzien een overtreder der Wet en lokte hij het verzet uit, werd hij de éérst- en méést-schuldige aan den Opstand.

Oud-President Steijn en de Opstand.

Toen Botha merkte, dat zijn handelingen niet op den bijval en den steun zijner vroegere medestanders konden rekenen, integendeel, hen hoe langer zoo meer van hem vervreemdden; toen hij zag, dat zelfs de besten en edelsten van het volk openlijk zich tegen hem en de Regeering gingen verzetten, zocht hij-hulp bij den Oud-President van den voormaligen Oranje-Vrij staat, den hoogstaanden Afrikaner Steijn.

') Deze ambtenaar was Lord De Villiers, de waarnemende GouverneurGeneraal der Zuid-Afrikaansche Unie.

267

Sluiten