Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

En ook tot den Minister-President richtte hij zich dien laatsten nacht:

„Den WelEd. Gestr. Heer Louis Botha, Ere Generaal van de Britse troepen, Minister van Brits Zuid Afrika, Kommandant van het Afrikaner Volk.

Ik wil u om vergiffenis vragen als ik tegen u gezondigd heb. Ik ga op weg en, Oom Louis, gij zendt mij. Ik hoop gij voelt lekker voor al de smarten die gij mijn familie aangedaan hebt. Groete aan Genl. Smuts. Ik wènsch u .beiden 'n lang leven. Ja zo lang dat gij het einde kunt beleven van den boom dien gij. plant eh als de vruchten zoet zijn, ervan kunt proeven. God redde uw ziel en make uw hart week voor uw volk.

Uw getrouwe soldaat Jopie Fourie."

Het was Zondagmorgen, den 20en December, om 5 ure, dat men Jopie Fourie halen kwam. Fourie stond op en bad:

„O God, geef my kracht, geef mij moed. Het is wel met mij; help mij tot 't einde toe."

„ . JNu was hij rustig en rustig bleef hij ook, toen de baljuw de cel

binnentrad. Hij vroeg of comm. Fourie eenige beschikkingen had te maken. Fourie verzocht zijn lijk te willen overgeven aan zijn familie, zoodat hem 'n behoorlijke begrafenis kon worden verstrekt. De ambtenaar wees er op dat 't doodvonnis onder de krijgswet werd voltrokken, maar hij beloofde toch zooveel mogelijk te zullen zorgen, dat aan zijn verzoek werd voldaan. fef • •

Dr. Clarke, de tronk-geneesheer, weigerde hij eenige medicyn. Alleen, zeide hij, zich tot Ds. Neething keerende: „Hul moet mij toch niet in mijn gezicht skiet nie, ik het 'n groot afrikaner hart: daar ' is plek genoeg om mij te skiet."

Ds. Neething verklaarde, toen 't tijd werd om uit te gaan dat hij in de cel zou blijven bidden voor Fourie, maar de commandant draaide zich om, keek hem aan en zeide: „Ou vriend, jij is bij mij gewees tot die laatste, sie mij nou ook af, dit sal mij tot troost wees".

Ds. Neething antwoordde: „Zeker wil ik dat doen, Fourie."

En beiden stapten naast elkaar de cel uit. Toen zij aan 't achterdeel van de tronk kwamen, waar 't vonnis zou worden voltrokken, drukte Fourie den predikant de hand en zeide alleen: Tot weerziens. Dan ging hij op den stoel zitten, bond zich den blinddoek voor de oogen en zong met vaste stem:

Als wij de doodsvallei betreen, laat ons elk' aardse .vriend alleen. Maar Hij, de beste vriend in nood, verzelt ons over graf en dood.

286

Sluiten