Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Verniet kan al die offers seker nie gebreng wees nie; mijn hart bloei als ek denk aan sommige van die wat weggemaai is. En dit so puur verniet so's dit uiterlik skijnN. Maar die Here reger (pres. Steyns's woord aan de predikanten, in het begin van de opstandigheid) die ware en die regte sal op die end triomfeer.

„Hou maar moed; dit is donker en baje donker, maar in dit alles is "dan toch veel wat aanmoedig en op betere tijë laat hoop. Die kern van die volk staat reg en die jonge geslag is getrou. Daar kom nou 'n suivering in beginsels wat nie anders als gesegende vrugte vir die toekoms sal afwerp nie. Wie weet hoe noodig dit nie was nie; onder 'n sekere politiek was ons goed op weg om niks te word nie. Maar nou is so'n politiek ondenkbaar."

De kern van het volk staat recht en het jonge geslacht is getrouw

Een woord vol belofte voor de toekomst van Zuid-Afrika.])

Witboek over den Opstand.

Kortelings moge hier volgen, wat de Regeering der Unie over den „Opstand" begin Maart 1915 in een Witboek in het licht gaf.

Uit het Witboek blijkt telkens de vèr strekkende invloed van den „profeet" Van Rensburg op de bevordering van den opstand, vooral in het district Lichtenburg. Op 3 Augustus waarschuwde de profeet zijn vrienden, dat de vierkleur spoedig zou worden geheschen en hij riep achthonderd gewapende burgers tot een. bijeenkomst te Treurfontein op. Botha liet Delarey naar Pretoria komen en haalde hem over, de opgewonden Lichtenburgers tot kalmte te brengen.

Delarey hield daarop te Treurfontein een rede, tengevolge

*) Op 21 December 1915 kwam uit Zuid-Afrika de verheugende mededeeling, dat Generaal De Wet met nog 118 anderen in vrijheid was gesteld.

Dit bericht verblijdde ieder, die het hoorde. Nu hoefde immers de oude Generaal niet langer de gevangenis-lucht in te ademen. Nu kon hij weer vrijuitgaan over het wijde Afrikaansche land, onder de stralende Afrikaander-zon, die zooveel edele en heldhaftige verrichtingen van hem had beschenen.

Maar er bleven nog vele „rebellen" in de tronken achter. Waarom?

Waren ook zij niet, als „Oom Chrisjan" opstandelingen? Rustte op hen minder „schuld"?

Dat de Regeering der Unie niet allen de vrijheid verleende, mocht wellicht een oorzaak vinden in het feit, dat er geen geld genoeg was, om al de geëischte boeten te betalen. Tóch: ze had — zij het dan alleen maar uit tactische overwegingen, om de „onverzoenlijken" te verzoenen — alle Burgers, die aan den Opstand hadden deelgenomen, moeten ontslaan. Nu blééf, wat na al het gebeurde -<-$'M niet te verwonderen was, het hart koel voor Botha en de Regeering. Nu blééf mén in Zuid-Afrika uitzien naar den nieuwen'dag

Op Leven en Dood U, 19. 289

Sluiten