Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van Beyers en De Wet en Pourie door de wijde Afrikaansche velden hadden achtervolgd, konden nu tegen Duitsch-Zuid-West optrekken.

En de overwinning, die Maritz, de opstandeling, had behaald, was Botha dienstig voor een van zijn meest-klinkende proclamaties!

„Thans — zoo riep hij in zijn Proclamatie de Afrikaanders toe — bevindt zich een troep Boeren-opstandelingen aan deze zijde dsr Unie-grenzen, die nog zeer kort geleden met behulp van Duitsche artillerie in staat waren, ee*h kleine op zich zelf staande afdeeling Unietroepen aan te vallen en te overweldigen. De aanvankelijke vrees, dat Duitsch-Zuid-West-Afrika" zou worden gebezigd als.een basis, vanwaar een aanval op de Unie kon worden gedaan, is hierdoor ten volle bewaarheid. Het is duidelijk, dat, wanneer de leiders der opstandelingen in Duitsch-Zuid-West-Afrika succes hebben, de toestand opnieuw ernstig kan worden. Met het oog op het gevaar van een inval kan het noodzakelijk zijn over veel grooter troepenmacht te beschikken dan 'aanvankelijk was bedoeld. De Regeering is van oordeel, dat de lasten niet uitsluitend behooren te worden gedragen door de vrijwilligers. Een andere reden is, dat er een groote klasse bestaat, behoorende tot de Hollandsen-sprekende bevolking, met de beste militaire hoedanigheden, welke volkomen bereid is, haar diensten te verleenen, doch bezwaar hebben om zich als vrijwilligers aan te bieden, v^n oordeel als ze zijn dat indien de Regeering hun diensten noodig heeft, zij die moet opeischen".

De Proclamatie, die bedoeld was om de patriottische Boeren met vrees voor de lands-veiligheid te vervullen, trof doel; onderscheiden manschappen voegden zich onder Botha's vanen tegen de

Duitschers, tegen Maritz inzonderheid. Maar ook nu nog bleef

de opkomst der vrijwilligers ver beneden de verwachting, die Botha had gekoesterd.

Helaas voor de kloekmoedige verdedigers van Duitsch-Zuid-West— het aantal, dat tegen hen in het veld trad was overweldigend groot. En het was niet aan twijfel onderhevig, wat de uitslag zou zijn van Botha's onderneming.

Voortdurend werd er gestreden. Geen dag, die voorbijging zonder dat hier of daar niet 'geschermutseld werd. Groote slagen, gelijk die in Europa werden geleverd, bleven echter uit. Trouwens, die kónden ook niet worden verwacht in een reusachtig groot gebied als dit, met aan weerszijden zulke betrekkelijk geringe strijdmachten.

Onwaardeerbare hulp ontvingen de Duitschers van de Boeren„opstandelingen", die onder aanvoering van Maritz, Kemp, Schoemanh en Stadtler, geen gelegenheid ongebruikt lieten, om op hun wijze de Unie-Regeering hun ongenoegen te toonen. En dat deze mannen enkele jaren geleden het oorlogvoeren hadden geleerd, ondervond

295

Sluiten