Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

in te voeren steenkool, doch twee kolenmijnen in de nabijheid ter beschikking had. Een aanval van de landzijde zou gevaarlijker zijn dan een van de zeezijde, doch enkel, omdat de Japanners daar hun overmacht meer konden doen gelden. Ook aan de landzijde echter was het Protectoraat door reeds lang geleden uitgevoerde werken versterkt met het oog op een vijandelijken aanval. In de

ten gemaakt om de kanonnen in te plaatsen, wat men gedaan had op een wijze, dat het voorterrein volkomen bestreken kon worden.

Inderdaad, ook in Kiao-Tsjou had Duitschland zich op den komenden oorlog voorbereid.

In Tsingtau, de hoofdstad van het gebied, lagen de volgende troepen in ga/nizoen: 1 matrozenrartillerie-afdeeling van 4 compagnieën ; het 3e zee-bataljon van 4 compagnieën; 1 rijdende compagnie; 1 veldbatterij; 1 pionier-compagnie. Verder was er een gouvernements-

vliegstation, een ar- Een Engeische duikboot

tillerie- en mijnen- in 8nelle vaart aan de oppervlakte der zee.

lépót en een gouvernementswerf. Te Tiëntsin lag het Duitsch-Oost-Aziitische marine-detachement ter sterkte van 657 man en te Peking had Duitschland een detachement van 150 man. De Duitsche vloot bestond ait de pantserkruisers „Gneisenau" en „Scharnhorst" en de kleine kruisers „Leipzig", „Emden" en „Nürnberg", benevens nog 11 torpedo-jagers. • De geheele militaire bezetting van het Kiao-fsjou-gebied omvatte mgeveer rond 4000 man.

309

Sluiten