Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De „Ayesha" verwierf zich sedert ook onvergankelijke", roem, zij het dan ook op eenigszins andere wijze dan de „Emden". Kapitein-luitenant Von Muecke wist alle nasporingen te ontkomen en dwars over door vijandelijke oorlogsschepen bewaakte zeeën wist hij zijn schoener in veiligheid te- brengen.

Den 9en November van de Gocos-eilanden vertrokken, kwam de „Ayesha" den 28en dezer maand in Padang, in ons Indië.

Aan het Bataviasche Nieuwsblad werd uit die plaats over aankomst en vertrek van het schip het volgende bericht:

„Zaterdag 28 November des middags kwam een schoenersoheepje de Emmahaven binnenloopen. Men vermoedde, dat het een schip met contrabande was, maar toen het schoenertje dichterbij kwam, kon men de Duitsche oorlogsvlag onderscheiden en door het wisselen van seinen met dte „Kleist" kreeg men al dadelijk de zekerheid, dat men hier te doen had met een gedeelte van de bemanning van de „Emden". Het was intusschen half zes geworden, voordat de schoener voor anker lag en spoedig werd algemeen bekéhd, dat hier werkelijk aan boord waren de kapitein-luitenant Von Muecke, de eerstfe-luitenant Gieslng en die luitenant Schmidt met 47 manschappen.

Deze bemanning is het gedeelte van de manschappen van de „Emden", dat landde op het Gocoseiland en daar de telegrafische gemeenschap verbrak. Naar wij vernemen, was de schoener reeds door de „Emden" genomen en lag nog in de haven, toen de manschappen, die thans aan boord zijn, na verbreking van den kaber naar de haven terugkeerden. Zoo goed als mogelijk was, werd dit scheepje uitgerust, waarbij de employés van het telegraafstation goede hulp verleenden, door waterputten aan te wijzen, enz..

Alles was aan boord zeer primitief: kleeding was er alleen, wat ieder aan had en zoo ging men op reis en arriveerde na 18 dagen te Padang. Op deze reis gebeurde er niets dat der moeite van het vertellen waard is. Brood konden de menschen niet bakken, want de oven werkte niet, omdat er niets te branden was, vermcredehjk, maar chocolade en wat andere levensmiddelen hadden zij voldoende voor de réis. Slechts 24 uur mocht het scheepje in dé Emmahaven blijven en dien tijd gebruikten de manschappen van de in de haven liggende Duitsche schepen, om hunne makkers van wat kleeding, tabak, sigaren, cigaretten, dekens, vruchten en proviand te voorzien. De bemanning" was opgeruimd en wel en den volgenden avond zeilde het schcenerschip de haven uit onder het zingen van „Der Wacht am R hein" en „Deutschland, Deutschland über alles".

Het was een* moeilijke vaart, dien dé „Ayesha" te volbrengen had. Zonder kaarten! Zonder de voor een zeeman zoo onmisbare instrumenten! WÈa& 384

Sluiten