Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Dat toch die „Ayesha" den 7en Januari 1915 het Aziatisch vasteland en de haven Hodeida bereikte, was wel een bewijs van den moed en de zeemanschap dezer Duitschers.

Ontvangen door Arabische volksstammen, namen nu de groote ontberingen voor de mannen van de „Ayesha" een einde. Dat ze nog evenwel lang niet alle gevaren te boven waren, ondervonden ze niet lang daarna, toen deze zeelieden genoodzaakt waren door de woestijn te trekken en daar aangevallen werden door vijandig gezinde volksstammen

Maar de vermelding dezer voorvallen behoort niet meer tot het gebied van den Zee-Oorlog.

De zeeslag in de Stille Zuidzee.

„Met uitzondering van het Duitsche smaldeel, dat uit de Ghileensche kust opereert, zijn de geheele Indische Oceaan en . Stille Zuidzee nu van vijandelijke oorlogsschepen gezuiverd".

Zoo zei Minister Grey het den lOen November 1914 in zijn officiëele mededeeling tot het Engelsche volk.

Geheel Engeland juichte daarop, want nu de „Emden" onschadelijk was gemaakt, kon de verre overzeesche handel weer ongestoord plaats vinden.

Zoo althans hoopte men, niet terstond lettende op dat „met uitzondering van het Duitsche smaldeel, dat uit de Chiteensche kust opereert".

Doch alras werden de onderdanen van het Vereenigd Koninkrijk zich bewust, dat wel terdege met dat smaldeel rekening gehouden diende te worden. Want wat bleek? De scheepvaart in de Stille Zuidzee en in het Zuiden van den Atlantischen Oceaan was zoo goed als verlamd en de groote uit- en invoerhandel met Zuid-Amerika stond bijkans geheel stil, nadat op 1 November dat Duitsche smaldeel een

roemrijke overwinning had behaald op het Engelsche eskader van admiraal Gradock.

De Duitsche schepen, die „uit de Ghileensche kust opereerden", stonden dan ook onder bevel van een kundig en ervaren zee-officier. Vice-admiraal graaf Von Spee heette hij en sinds 1912 was hij bevelhebber van de Duitsche zeemacht in het Verre Oosten, in de Chineesche wateren dus x). Het was. dit eskader, waarvan de „Emden" een,

*) Graaf Von Spee stond op het punt, om naar Duitschland terug te keeren, toen de Groote Oorlog uitbrak. Ztjn opvolger was reeds op weg, om hem af te lossen.

Dat graaf Von Spee nu op zijn post blijven moest, was een voor hem uitgemaakte zaak. En dat hij zich van zijn plicht wist te kwijten, bewees hij op 1 NoVember en 8 December van het eerste Oorlogsjaar.

Zij, die de vraag tot oplossing zoeken te brengen, wie de éérst- en de • Op Leven en Dood II, 25. ^5

Sluiten