Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

57

Blz 366. 2b Reglement van orde voor het eind-examen van de School tot opleiding van Inlandsche artsen, bedoeld bij artikel 26b van het Reglement voor die School, vastgesteld bij artikel 2 van het besluit van den Wd Hoofdinspecteur, Chef van den Burgerlijken Geneeskundigen Dienst van 13 Januari 1915 No. 321, en van 26 Maart 1917 No. 2507.

'È^^P'r ARTIKEL I.

Het eind-examen heeft ten doel te beoordeelen of de candidaten voldoende kennis en vaardigheid bezitten om tot de praktijk der genees-, heel- en verloskunde te worden toegelaten.

Het onderzoek naar hunne theoretische kennis mag daarbij

Iniet op den voorgrond treden. De commissie benoemt een haier leden tot secretaris. In eene door den voorzitter belegde vergadering der examencommissie wordt voor het examen in elk der verschillende vakken een subcommissie samengesteld. In elke subcommissie nemen zitting: a. de leeraar in het betreffende vak; b. een niet-leeraar, zoo mogelijk beoefenaar van dat vak; en c. >een derde lid, beiden door de commissie aan te wijzen. De voorzitter wordt in alle vergaderingen der commissie 'bij ontstentenis door het in jaren oudste commissielid vervangen. De commissie wijst in iedere subcommissie een der leden dier subcommissie aan als secretaris. Bij wettige verhindering- van een lid eener subcommissie wijst de voorzitter een der andere leden in diens plaats aan om in de subcommissie zitting te nemen. Blijkt dit niet moge-

flijk, dan voorziet de Hoofdinspecteur, Chef van den Burgerlijken Geneeskundigen Dienst, in de behoefte op de wijze, die "hem het beste voorkomt. Het oordeel over de kennis der candidaten in eenige rubriek respectievelijk onderdeel daarvan wordt uitgedrukt door een der cijfers van 1 tot 10, aan welke de volgende beteekenis wordt gehecht • ^^^1

Sluiten