Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

75

ARTIKEL 13.

De Gouvernements vroedvrouwen zijn verplicht steeds onmiddellijk de bestemming te volgen, die haar door of namens den Hoofdinspecteur, Chef van den Burgerlijken Geneeskundigen Dienst, wordt aangewezen, en moeten zich bij aankomst ter plaatse harer bestemming melden bij den gewestelijk Inspecteur, den geneesheer onder wiens bevelen zij staan en bij het Hoofd van plaatselijk bestuur.

ARTIKEL 14.

Behoudens bijzondere regelingen harer verplichtingen, zijn de Gouvernements vroedvrouwen verplicht om, binnen een kring met een straal van twee paal, gerekend van af hare woonplaats bij bevallingen en gedurende negen daarop volgende dagen gratis bijstand te verleenen aan:

a. behoeftige vrouwen, behoorende tot de Europeanen en met dezen gelijkgestelden. Zij kunnen van dezen de overlegging van een bewijs van behoeftigheid eischen afgegeven door het Hoofd van plaatselijk bestuur; , b. vrouwen van Inlanders en met dezen gelijkgestelden, indien de geldswaarde van het maandelijksch inkomen der vrouw zelve of van haren verzorger minder dan ƒ 10— bedraagt. Het inkomen zal worden geschat door de vroedvrouw; bij verschil van meening dienaangaande beslist het Hoofd van plaatselijk bestuur.

ARTIKEL 15.

(1) De Gouvernements vroedvrouwen zijn verder verplicht een register aan te houden van de door haar verrichte verlossingen. Een extract uit bedoeld register volgens het model bijlage I, wordt maandelijks ingediend aan den Hoofdinspecteur, Chef van den Burgerlijken Geneeskundigen Dienst, door tusschenkomst van den betrokken (fungeerenden) Inspecteur van dien dienst.

(2) Voor het register en het extract daaruit worden gedrukten z.n. in de Maleische taal verstrekt, aan te vragen op de wijze als omschreven in artikel 18.

Sluiten