Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

91

of particuliere ziekeninrichting, worden medegeteld voor de — z. n. al dadelijk — toe te kennen regelmatige weddeverhoogingen, met dien verstande dat de tijd van werkzaamheid buiten de keerkringen doorgebracht voor 9/10 gedeelte wordt medegerekend. Ten achtste: Bij wijze van overgangsmaatregel te bepalen:

a. dat het krachtens de besluiten van 16 Januari 1913 No. 67 (Staatsblad No. 133) en 9 Augustus 1913 No. 22 in dienst gesteld verplegingspersoneel,. voor zoover dit niet in aanmerking komt voor benoeming tot verpleger (-pleegster) der 1ste klasse, en eene bezoldiging geniet van meer dan ƒ 140.— (een honderd veertig gulden) 's maands, bij benoeming tot verpleger (-pleegster) der 2de klasse, boven de aan deze betrekking verbonden hoogste bezoldiging eene voor de berekening van pensioen, wachtgeld, verlofsbezoldiging en bezoldiging buiten werkelijken dienst als een gedeelte der organieke bezoldiging te beschouwen personeele toelage zal worden toegekend evenveel bedragende als het verschil tusschen de oude en de nieuwe bezoldiging;

b. dat, voor zoover het onder a van dit artikel bedoeld verplegingspersoneel op de Buitenbezittingen is werkzaam gesteld onder genot eener toelage en het bij benoeming op den voet der nieuwe regeling in inkomsten zou achteruitgaan, het gesteld wordt in het genot van eene niet voor pensioen enz. medetellende toelage tot zoodanig bedrag dat het nadeel, hetwelk uit de nieuwe regeling voor de(n) betrokkene zou voortvloeien, wordt ondervangen, met dien verstande dat deze toelage vervalt bij de overplaatsing naar Java of Madoera.

Ten negende: Te bepalen, dat dit besluit wordt geacht te zijn in werking getreden op 1 Januari 1917. Uittreksel enz.

Sluiten