Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

109

(2) De reisrekeningen worden ingediend aan den onmiddellijken. chef van den reiziger, binnen tien dagen na afloop van de maand waarop iedere rekening betrekking heeft, tenzij op den laatsten dag der maand een dienstreis nog niet beëindigd is, in welk geval de rekening zoo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen tien dagen na het beëindigen van bedoelde dienstreis wordt ingediend.

(3) Op het voorblad der reisrekening wordt (worden) de maand(en) vermeld .waarop de rekening betrekking heeft.

(4) Bij iedere reisrekening wordt door den reiziger eene opgave gevoegd, waarin kortelijk, dag voor dag, de dienstverrichtingen worden omschreven, met "vermelding van het aantal uren daaraan besteed.

ARTIKEL 4.

(1) De ambtenaren, op wie deze regeling yan toepassing is verklaard, zijn verplicht, indien het belang van den dienst eischt dat zij zich door een of meer ambtenaren, beambten of particuliere personen doen vergezellen, deze medereizende, voor zoover het aantal zitplaatsen in de eigen auto zulks toelaat, tegen de in artikel 1 vastgestelde vergoedingen mede te voeren.

(2) In de reisrekeningen worden bij de omschrijving van de betrokken dienstreis, de namen en betrekkingen vermeld van hen die als medereiziger zijn medegenomen zoomede het doel waarvoor zij medereisden.

ARTIKEL 5.

De reizigers zijn verplicht binnen één maand na afloop van ieder kalenderjaar aan den Directeur van Binnenlandsch Bestuur eene opgave in te dienen, maandsgewijze ingedeeld, van het aantal kilometers in dat jaar per eigen automobiel afgelegd en waarvoor door hen, op den voet van artikel 1 dezer regeling kilometergeld in rekening ;s gebracht.

ARTIKEL 6. Overgangsbepaling. Deze regeling wordt met ingang van 1 November 1917 van toepassing op de ambtenaren, op wie, vóór genoemd tijdstip, de bestaande autoregeling (Bijblad op het Staatsblad Nos. 7815, 7917 en 8451 van toepassing was verklaard. Afschrift enz.

Sluiten