Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Rotterdam.

362

Jacobus [de Carpentier] en is gestorven den Hen January anno 1625.

(Twee wapens uitgekapt; zij waren volgens de afbeelding bij Mr. W. van der Lely: I. doorsneden: boven op blauw een zeepaard uit het water komend, beneden op goud een zwart anker; II. (in ruitvorm) een zwarte dwarsbalk beladen met een zilveren keper, vergezeld boven van drie zilveren wassenaars op rood, en beneden van drie groene klaverbladen op zilver.)

Aan weerszijden van die wapens Neptunus op een schelp en een vrouwspersoon op een dolfijn.

Hier legt int graft een held manhaft

Moy Lambert Henricksoon

die in sijn tijdt tot Spanjaars spijt

Haar trots heeft thooft geboon.

Sijn deftigheyd was oock verbreyd

Onder, de" Turken naci

Die hij dickmal met sijn metaal

Verwon in korten spaci.

Naar vriend van Mars en Neptuns bars

een kaatser van den donder

Kanary tuygt Sint Thomas buygt,

Gibralts Duynkerkers wonder;

peylder der son die niemand won

maar altoos heeft verwonnen;

door schoot noch stoot maar d'alder doodt

heelt hem op 't lest verslonnen.

't Gebied ter zee was hij na mee

Vic admiraal kloeckhertig

heeft trouw het land gedient constant

de jaren ses een dertig.

Doch doen hij heeft alhier geleeft

tseventig en vijff jaren

naar Goede faam, is uyt 't lichaam

De siel bij God gevaren.

Maert seventhien int jaar sesthien

hondert en twintig vijff

gerust eerbaar ende daar naar

int graft gelegt het lijff.

Noch begraven Neltgen Aertsd'huisvrouvadenvicadmirael Moy Lambert sterf den 4 Desember 1625. (no. 85)

Sluiten