Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

om een glaasje. Het zilver is van ouderdom diepgrijs, zonder glansen. Het poover portretje dat achter het glaasje klemt, werd door den tijd crème, later bruin. Ook verbleekte de Daguerreotype, maar den notariszoon zou men ' er nog uit kunnen herkennen, al is het een jeugdig portret en denkelijk genomen van een schilderstuk. En toch is 't geen beeltenis van Hubert; wel van zijn gestorven broer, die drie jaar jonger was dan hij. Het schilderstuk zal dus wel in een der kamers hangen.

Achter welk raam is het woonvertrek? Zie, dat is toch onuitstaanbaar, dat niemand uit het stadje precies weet te zeggen, achter welk raam het woonvertrek is. Het is een zwijgend huis, met grendels en sloten tegen praatjesmaaksters. De werkster komt al vijftig,jaren over huis en nóg nooit heeft ze iets verteld over de inrichting daarbinnen. Het is ook een zeldzaam zwijgzame werkster; vroeger was ze bode met witte muts in 't notarishuis, dus van jongsaf aan stille voornaamheid gewoon. Dat is in haar wezen getrokken. Ze is geworden een brok van het huis; ze is getrouwd met den koetsier van het huis en deze is gestorven. Nu trekt ze een nauwgezet toegemeten lijfrente, daar staat ergens geld voor vast, en is ze als werkster teruggekeerd in het huis. Toen ze er kwam, was Neeltje mager en jong; mevrouw pas getrouwd, maakte een einde aaneen geheime scharrelpartij met een timmermansknecht uit Montfoort, die zich verstoutte 's avonds om de jonge bode aan te bellen aan het deftige huis. Mevrouw bedacht voor Neeltje toen het huwelijk met den ouderen koetsier en 6

6

Sluiten