Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tingen. In zijn achteruit, een peuterig onderhuis aan 't water, waar hij koffie brandt, ziet Baars op den gevel van Montijn.

„Zou Hubert Montijn rijk zijn, Baars?"

Jaan Ei staat voor de toonbank. Jaan Ei, zoo geheeten, omdat zij lang geleden van twaalf kippen veertien eieren raapte op één dag, dat is een kletskrant. Baars weegt haar de eigengebrande koffie voor en praat om de vraag heen. Jaan Ei is gewend antwoord te krijgen, daarom vraagt ze 't wéér. Maar de schatter van de belasting geeft geen geheimen af, aan het eerste 't beste vrouwmensen uit het volk. Een geheim moet goed besteed worden, het brengt gewichtigheid bij. Neen, Baars zal aan deze Jaan Ei geen nieuws verspelen; maar hij kijkt zóó geheimzinnig door 't koffiebranderijtje heen naar 't oude notarishuis, dat Jaan Ei wel begrijpen moét, dat er een geheim is.

Want ja, hij zag immers eenige dagen geleden den timmerman Boele met een duimstok meten en morrelen aan den gevel. Dat wordt wel wat.

— De oude luister is heen — zegt Baars in zichzelf en strompelt naar zijn fabriek, gelijk hij het werkplaatsje op zijn koffiezakken betitelt.

Dat met timmerman Boele was op Maandag. Baars bergt zijn geheim, maar niet uit fijnheid die niet krenken wil. Hij zwijgt en wacht, alhoewel het woord: de oude luister is er heen — hem ontsnappen wil, telkens wanneer hij een klant bedient. Maar men kan tè zuinig zijn met zoo iets, tè veeleischend in de keuze van den persoon aan

8

8

Sluiten