Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Van Bolle Jan."

„En wat zei Bolle Jan?"

„Bolle Jan is naar den bovenmeester geweest."

„Mensen! En doet ze 'tnóg?"

„Nog niet gehoord; 't zal wel."

„Waar is ze nu? Soms wéér daar."

„Ja, ze is wéér naar Hubert Montijn. Nét gegaan. En nu blijft ze tot den donker."

„Tot den donker? 't Is zonde dat ik het zeg, maar ze neemt dan wèl bar veel les. Je zei immers tot den donker Jaan?"

„Ja zuivere koffie is het niet. Kale grootheid

zoekt elkaar, 't Is bekend."

Vele, zeer vele zaken heeft Jaan Ei in haar straat voorzegd. Ook de verloving van Gretha van der Swaay met Hubert Montijn heeft haar niet doen omvallen. „Nu zal ze," meent Jaan Ei, „wel erg gauw Engelsen kennen. Kale grootheid "

Achteraf blijkt juffrouw van der Swaay zoo kwaad nog niet. Zij heeft al verteld dat Hubert vrijwel arm is. Maar wat geeft dat, de jongen werkt hard. Het huis is uiterst helder; mevrouw, Huberts moeder is nogal stil en houdt zich voornamer dan Hubert. Alle meubelen die de vele generaties van notarissen bijeengaarden op boelhuizen waar ook antiek werd geveild, zijn er niet meer, maar toch is er nog veel dat het bekijkën waard blijft. Maar juffrouw van der Swaay houdt niet zoo bijzonder van antiek. Er is zooveel onderhoud aan, ziet U. Ja, wel om't zoo

13

[3

Sluiten