Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

eens te zien, dan vindt ze antiek wel mooi, maar niet om er altijd tusschen te wonen.

„Hé juffrouw," zegt Kommerijntje Vergeer, waar ze al bijna een half jaar op kamers woont: „hoe kunt U het zeggen!" Kommerijntje is van ander slag; zij houdt wêl van antiek en bewaart dan ook secuur aardige kleine gedachtenissen van moeder verscheiden. Een lodereindoosje van zilver, gedreven als een kabinetje, dubbel gebogen met klauwen en beslag, een zilver pepermuntdoosje in den vorm van een palissanderhouten dekenkist en twaalf bonte emaille haantjesborden, erfstukken van manszijde. Kommerijntje hoort graag de juffrouw over het notarishuis spreken, maar ze bespeurt niet, de goede sukkel, welke groote waarde het nieuws heeft, dat zij zoo makkelijk verzamelt. Jaan Ei spreekt bij tijd en wijle Kommerijntje, Jaan Ei spreekt eigenlijk iedereen wel eens. De deur van het notarishuis heeft op een kier gestaan toen de leerlingen binnenkwamen, nu staat de deur half open. De gordijnen verbergen niet alles meer; het huis heeft een tong gekregen.

14

Sluiten