Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

neer ze niet in zijn bereik was haar aandacht, om haar in korte heldere zinnen te spreken over het voorname humanisme, waar deze patriciërszoon een discipel van was. Hij wilde haar zeggen: Gretha, laat ons mild zijn van vergeven, streng jegens onze heimelijke en openlijke lusten; maar dit alles behoeft niet te geschieden in onvruchtbare ascese, waarin levens verleppen en vervallen. Bedenk, wij bedachte enkelen, wij zijn het geweten der omringenden. Bouw iedere eigen innerlijke zwakte tot een sterkte om, door de zwakte verwinnend te doorgronden; maar betreur Uw zonden niet al te zeer, leer ze liever onderkennen in haar oorzaak en wording. En neen Gretha, denk niet naïef als het volk; de grens der zonde ligt niet precies daar waar de zinnelijkheid begint, maar waar de zinnelijkheid overmacht op de gedachte krijgt. Ik wil mijn leven niet naar vernuftige aphorismen leven, doch in den algemeenen geest van een humain besef, dat gezonde zinnelijkheid niet uitsluit, maar grove lustigheid verbiedt. —

Toch sprak hij nimmer zoo met haar, wanneer ze samen waren. Zeer vaak was zijn keel dan door een droog gevoel gesnoerd en mogelijk was het de traditioneele kracht van het humanisme zijn levensstuwer, die hem behoedde voor wrange woorden zeggen.

Maar er gaat op een dag een voorhang open in zijn wezen. Nu weet de geserreerde man het zeker: hij duldt deze volksche vrouw in zijn omgeving, want hij verlangt haar lijf bewijlen.

Hubert Montijn zit in zijn studeervertrek en hij weet

24

24

Sluiten