Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vreugde niet, vreugde ontbeerd te hebben. Ach, nu komt de dochter van dezen burgerman dingen naar volmaakte liefdesovergave bij een ziel met gesloten vensters. Wreed is het toeval, dat hen toteen zond; want hoe Hubert Montijn dit ook keert en wendt in zijn overpeinzingen, hij moet niet vergeten, dat deze jonge vrouw toch rechten heeft op dien simpelen liefdevorm, waarnaar zij door haar aanleg slechts reiken kan. Hij kan in het leven naast haar een glimlachend bedelaar zijn (bezit hij bezinnend zijn humanisme met?) maar zij kan een leven lang niet schooieren om liefde; haar ziel en gestalte zou verharden tot pergament en kreuken.

In hare voornaamheid is de moeder practisch en correct. Zij heeft begrepen, althans den weerslag bemerkt van het verschil tusschen haar zoon en zijn verloofde. Haar raad is kort: degradeer je familie met, jongen. We zijn nu arm en onze eenige afscheiding van de menschen hier is onze oude waardigheid, die niet met geld gekocht is en ook niet van geld afhankelijk behoeft te zijn. Haal geen bloed in de familie, dat van lager orde is. —En zij verzint bezwaren voor haar zoon: die Gretha is immers slordig en slofs en lui, ze deelt niet in de oude familiebeschaving van jou Hubert; zij zal niet luisteren, zooals ik luisterde

toen je Hebbel voorlas, maar voornamelijk zij zal

het jonge gezin dat gevormd wordt willen vermengen met het volk. —

— Ja, ja, moeder, dat is waar, alles even waar. —

28

28

Sluiten