Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

En nu wordt Hubert, de stille peinzer, de man van de stipte onderscheiding veler dingen theatraal en zegt blozend:, „maar ik hou' van dat meisje moeder." — Helaas. —

In de nachten alleen, ziet hij zijn eigene leugengedaante. Ziet hij in, dat z'n overleg, getrouwd te willen zijn en het toeval dat hem deze gewillige vrouw zond, hem kluisteren en weerhouden van de koele waarheid. Soms wordt de erkenning dier waarheid (inhoudende winst voor het oude besef der voornaamheid) een heerlijk verschiet voor den gemartelden man, en neemt hij zich voor zijn moeder des ochtends te verblijden met het bericht dat hij zich vergist heeft in zijn keuze en dat zij nu maar weer heen moet gaan, deze vrouw. Wat hem telkens daarvan weerhoudt is niet zoozeer het verlangen naar erotiek. Zij zijn samen kuisch, Hubert en Gretha, omdat de starheid van hem, haar dwingt tot koele wederliefde. Maar hem weerhoudt een ander besef: de schaamte jegens de moeder. Want zij kent reeds, dit heeft hij gelezen in haar onderzoekende oogen die onverbiddelijk zijn, de macht die de latente driften hebben over haar zoon. Zijn tegenspraak hield een beroep in op de bovenzinnelijke liefde, die hem met deze vrouw zou verbinden. Zoo de moeder hieraan niet heeft geloofd, heeft ze uit kieschhèid daar nooit over gesproken, want zij kon slechts vermoeden. Maar erkent hij ten einde dat zijn liefhebben vergissen was, zoo zal de vergulde waan ineen storten; de moeder zal zekerheid hebben, daar waar zij gewis vermoedde. Zij zal dan weten, dat lusten het leven

29

Sluiten