Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

groeien in kennis boven haar vader uit, zij moet immers in de rijke familie de geleerdheid vertegenwoordigen. En ach, wat is ze bescheiden dat jongste popje van Philip, 't Is heelemaal zoo geen meisje, dat van haar waarde bewust is en, aanmatigend om vaders geld, aan komt stuiven met den toet in den wind, zooals de rijke renteniersdochters, die boerscbheid meenen te kunnen verbergen achter dommen trots. Neen Vrouke is eer een poover meiske; ze is klein van postuur en ze kleedt zich in zelfgemaakte stemmige japonnetjès, des zomers meestal in het wit. Ze heeft een bekoorlijke wijze van zoetjes loopen, ze is gekomen zonder dat ge 't wist; waar zij binnenkomt brengt zij even stilte mee. Ze spreekt niet veel, maar ze heeft een lieve stem, dit smalle jodinnetje. Heur huid is crème, maar ze is niet zoo gebruind gelijk haar broers, de sterke werkende knapen met de behaarde handen, 'tls of de voornaamheid van tal van geslachten dezer familie, saamgebracht is onder de schoudertjes van dit kindvrouwtje.

Toen zij met het eerste stuk van het leerboek bij den leeraar kwam, was deze stram, koel en afgemeten. Nu ze door het derde boekje heen is, nu is de leeraar eender gebleven; stram, koel en afgemeten. Op eenmaal is hij ermee begonnen, haar onder de les thee te laten brengen door zijn moeder. Dat is een gewoonte geworden; Vrouke weet al niet beter of het hoort zoo. Zij heeft van iemand vernomen, dat haar leeraar nog voor kort een meisje had en dat er iets tusschen is gekomen, maar zij heeft gelet op zijn oogen, zijn mond en handen, maar alles was eender

48

48

Sluiten