Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

blijven het vreemden voor je. En ze verrassen altijd weer als je meent ze te kennen, zoo is het.

Maar ja, nu was ze leerling van mijnheer Montijn. En Elie mocht een raadselachtige kerel zijn, deze stille man was vreemder en deze verborg ander, ingewevener leven. Het lokte haar ineens weer, te weten hoe déze man wel was. Als hij zijn oogen naar haar opsloeg, kon het gebeuren dat ze juist peinsde over wat daar toch geschiedde achter dat voorhoofd en dan bloosde ze, alsof bij haar gedachte kon raden;

Zij leerde veel van hem, maar kreeg geen kijk op zijn inborst. En toch, ze wist niet wanneer het gekomen was en hoe, maar ze voelde dat ze dien mijnheer Montijn graag zou willen helpen. Hij was een geteekende, een leedtorscher, en niet alleen omdat zijn hoofd zoo scheef stond. Trouwens dat zag ze niet eens meer. Leehjke menschen kunnen mooi lijken, spiegels van verdriet zijnde. In alle antwoorden die ze gaf, lei ze een triller, een heel geringen klank van haar medeleven. Ze kon ongedwongen snappen en de onverwachtste dingen zeggen, want mijnheer Montijn keek haar haast nooit aan. Toen ze begonnen aan de conversatielessen, iederen keer een half uur, leidde hij het gesprek, uit enkelvoudige zinnen bestaande, altijd over bloemen, maar bleef stram, koel en afgemeten. Zij mocht alras haar onbeholpen zinnetjes zelf bedenken en met fijne vrouwelijke tact sprak ze ook over bloemen. Dat ze er niet veel van af wist, dat ze misschien alleen maar enkele van de meest voorkomende soorten kende,

52

Sluiten