Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vindt er over een poosje, laat zien over een groote maand, de allerfijnste der schermbloemen: Selinum carvifolia, dat is dan in 't Hollandsen karwij-selie, en er zijn daar de vreemdste ranonkels te vinden, wilde framboos, Turgenia latifolia of borstelscherm, ja ik heb er voor enkele jaren het Zwitsersch doornzaad gevonden. Vindt U schermbloemen niet wonderlijk?"

„Ja, ik moet tigenlijk zeggen mijnheer "

„Kent U de schermbloemen niet?"

Hoe aanbiddelijk is ze als ze bloost. Ze neigt het hoofdje wat opzij, zoekt tusschen de planten aan den berm. „Dit soms?" fluistert ze. En het meisje wijst zoo waarlijk oprijzend pijpkruid aan.

„Ziet U wel," lacht hij meegaand, en omdat Vrouke haar leeraar nog nooit heeft zien lachen, schrikt ze. Hij is zoo leelijk, wanneer hij lacht. Hubert Montijn mengelt nu mdrukken. De felle zon over het schoongeregend lenteland en de blauwe doommantel, aan den einder verwaasd door het zonnegeweld, de tinteling van rijpe droppen hangend als paarlen op een vrouwenborst van de takken af, de diamanten weerschijn in de natte weegbreeblaren en de lichtweerkaatsing in de trillende zeggen die buigen onder den waterlast, zie dit alles vereent zich tot een gewijd klaar beeld. En in dat landschap zóó gezien, stapt het jodinnetje met hem mee, het meisje dat wat bleu is en om het minste geringste bloost, ja ook zij een lentegewas. Omdat Hubert Montijn de gemeenzaamheid vreest en het «meisje de verwarring vreest, zwijgen zij beiden. Het

62

62

Sluiten