Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

leeraar sprak nu niet meer en haast zonder overgang was dit zwijgen gekomen; het meisje wist zijn laatste woorden niet meer terug. Zweeg hij, omdat haar aandacht weer verflauwde? Meestal weten zij die spreken uit diepe overtuiging niet, hoe groot de invloed hunner woorden is, maar Hubert zag nu wel, dat dit bleeke peinzende Jodinnetje heden gekomen was in een nieuw begrijpen, dat ze duizelde ervan. Hij spaarde haar en stoorde niet de peinzerij.

Het kopje stond zoo strak en wat las hij in haar blik?

Ze staarde maar in de verte en liep automatisch naast hem voort, zoolang hij liep. Haar handjes kwamen uit de zijbanen van de cape zoo slank en devoot, soms gleed een glimlach éven om haar mond en oogen.

Hubert plukte een zijïgen dravikstengel en poogde het gesprek weer aan te vangen. Maar Vrouke de Lieme zag iets op den dijk, wees er naar, ze riep iets ... en snelde het boschpad af, tot waar de boomen haar verborgen.

Vreemd meisje dacht hij en zocht met zijn oogen den dijk af. Wat kon haar zoo verontrust hebben? Op den weg reed een sierlijk Utrechtsch wagentje, hij kendehet, dat was het gespan van haar vader. De inzittenden kon hij niet herkennen van zoover.

„Mijnheer Montijn!" riep ze zacht, „zijn ze voorbij?"

„Ja," zei hij norsch.

Ze kwam terug en keek angstvallig over den weg. Plotseling voelde ze, dat ze een kleur kreeg en ze wist ook wel waarom. Om zich te verontschuldigen vroeg ze: „Zag U wie dat waren?"

72

Sluiten