Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Maar meestal was Vrouke dien zomer te ongedurig, om lang in dat zwarte boekje te lezen. Ze begon zwaar te hijgen als ze wat liep en werd kwaad en bits van iederen kleinen tegenspoed. De menschen zeiden: uit dit zachte knopje komt een stekelblom — en Vrouke deed niets om dat zeggen ongedaan te maken. Ze werd nog wat magerder, ja spichtig, en een ontevreden trek verleelijkte haar kopje. Het duurde lang eer vader dat zag, maar op eenmaal gingen zijn oogen er voor open en toen zei moeder hem dat ze allang ongerust was geweest.

„Vrouke wat is er kind?" vroegen ze, maar Vrouke zei: „Och maakt U maar niet bezorgd; er is niets, het gaat wel weer over."

„Als er niets is, hoeft het niet over te gaan en omdat het over moet gaan, is er wèl iets," meende vader. „En

zeg het ons nu maar " Vader kon niet goed hebben

dat zijn eenig meisje treurde.

Vrouke wilde van 't gezeur af zijn en liep de kamer uit. Ze liep niet meer zooals vroeger trantelig en sierlijk,, ze werd ook slordig op haar kleeren.

„Weet je moeder, het kind moet misschien een man hebben, zou 't dat niet zijn?"

Moeder zei niet veel en streek over haar hoofd. Ze maakte zich zorgen over Vrouke, de jongens waren sterk genoeg.

„Ja moeder, het kind is iel, maar dat zal toch wel vergroeien. Als ze later getrouwd is, zal je eens wat zien."" Maar er werd toch om den dokter gestuurd en die liet

82

82

Sluiten