Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zind diertje, met twee dikke bruine vlechten meerhangend op den rug, langs de ferme schouders af. En dan die oogen van Buurtje. Daar in die oogen komen durvige plannen op en rijpen dadelijk tot daden. In die oogen is 't een seconde voor de daad te bezien Buurtje zal in een

beuk klimmen, zoogoed als een jongen. Of ze probeert te springen, over een sloot die werkelijk te breed is; ja ... . en dan komt ze druipnat thuis, en kroos en zilverigleemslib zit in heur haren en oorschelpjes. Zoo is ze nu eenmaal, een dolle dries en ze kan werkelijk niet nalaten zoo te zijn. Maar wie haar zóó kent, weet nog niet half, hoe gansch haar inborst is, want niet altijd verzint ze kwaad of wel durfplannen. Zie nu eens: ze staat daar aan 't ziekbed van dat wegterend jodinnetje, en hoe deemoedig ja hoe angstig nijgt dat sterke meisje over 't witte ziekbed, En ze hoeft zich niet met geweld in te toornen tot gepaste bedaardheid aan dit ziekbed, maar door een vreemden aandrang wordt zij vanzelf zoo kalm en zoo hef tegen het zieke vriendinnetje.

Oh, soms als ze thuis tin bed ligt, nadat ze naar de draaitent is geweest, wil ze 't uitschreeuwen tegen de sterrenlucht zichtbaar uit het koekoekvenster boven haar bed, schreeuwen wil ze, dat ze zooveel houdt van dat slanke zieke meisje daarginder. Ze voelt zich voor 't eerst waarlijk onmachtig. Door haar krachtige polsen klopt het bloed niet slap, gansch niet. Ze is een sterk meisje, dat gerust durft vechten met een grooten jongen. Maar nü toch voelt ze dat haar kracht niet ver reikt, want hoe kan

109

109

Sluiten