Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

te hooren, halfweg de sticht die voerde naar het landhuis; maar andere keeren zag ze hem zitten, klein en schrompelig in de draaitent en dan had zijn gestalte iets zóó nederigs, dan kon ze zien aan zijn rug zelfs, dat de geweldenaar leed en dat het leed hem de baas werd. Sterker dan zijn driftigheid, sterker dan zijn uitbarstingen, was het dwingende leed om het eenigst dochtertje, dat daar langzaam uit vaders handen glipte naar den dood. Vreemd; Vera zag ook vaak, eigenlij k vaker, Vrouke's moeder in de draaitent en het geringe, niet-veel-zeggende vrouwtje wekte óók haar medelijden; maar toch, als ze dacht aan de droefenis van deze ouders, dan zag ze het eerst en voornamelijk den vader. Twee broers van Vrouke waren haar bekend; Bram en Joseph. Maar ze zou werkelijk niet kunnen zeggen, wat deze twee toch wel in 't schild voerden. Als Buurtje er was en mee aan de tafel zat, dan zwegen ze. Joseph gluurde wel eens verholen naar haar, ja, maar Bram ook. Keek ze dan op, dan gleden de oogen vlug terug. Eigenlijk wist ze niet precies wie Joseph was, wie Bram en 't leken haar beiden soms net knechten van Vrouke's vader, gedienstigen.

Buurtje zag vaak bij 't zieke meisje een bleeken scheven leeraar komen; wat kwam hij doen die man? Ze hield niet van leeraren, behalve dan van één, een beste ouwe gulle kerel, die Nederlandsen gaf. Maar de man, dien zij zoo dikwijls in 't landhuis ginder zag bij Vrouke, leek haar een rare en ook weer een naarling. Was zij niet tot oordeelen bevoegd? Had zij niet bijkans vijf jaren ervaring van.

114

114

Sluiten