Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK VIII.

Vrouke verbergt wat voor haar moeder, merkt Hubert op. Hij weet niet of 't iets tastbaars is, maar wel verduikt dat meisje gedachten. Ze wilde aarzelend beginnen hem wat te vertellen en toen haar moeder in de draaitent kwam met melk, hield ze op. Wat later zijn ze weer alleen en zegt ze het schielijk: „'k Heb weer een Bijbeltje, de Evangeliën."

„Weer?"

,,'t Andere heb ik weggedaan bij de verhuizing naar hier."

„Had U dan een Nieuw Testament?"

„Ja, gekocht, voor ik ziek werd."

„Ah zoo. En toen weggedaan? Bij de verhuizing?" Hij ziet haar aan, alsof hij niet erg goed begrijpt wat ze bedoelt met hem dit te vertellen en er komt even een stilte.

Dan fluistert Vrouke: ,,'k Had het weggegooid. Op den Langen Wal in 't gras. 'k Was zoo bang, dat vader het zou vinden."

149

Sluiten