Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Dus."

„Ja, ik wil U niet in den steek laten."

„Sta me toe, dat ik naar Montfoort kom op ongezette tijden, bij wijze van bezoek."

„Neen! Vrouke moet het precies weten. Ze telt er de uren mee af, 'k heb haar doende gezien, 't Kind leeft van week op week, neen er moet regel in zitten. Maar ik weet er misschien wel wat op."

Er werd nog wat over nagepraat, onderwijl de brik de straatweg opreed en onder den rook van Oudewater werden ze het eens. Hubert Montijn kreeg weer een leerling, 't Was een gitzwart jong joodje uit Montfoort, zijn ouders waren arm.. Plotseling had de oude Phüip zich 't lot van dat schrander ventje aangetrokken. Natuurlijk, dat kind moest Engelsch leeren, of nog mooier, 't jong moest bekwaam wordenvoor de Handelsschool in Utrecht. Waarom niet.... Phüip had de centen en Sallie Blok een goed koppie. Dat les geven kon dan goed op 't landhuis gebeuren; bij de familie Blok was 't met permissie,.... mijnheer Montijn begreep het wel.

En Vrouke vond het aardig van vader, dat hij zich aan dat zwarte jodenjongetje wat gelegen liet liggen. Zij zag in Sallie, die erg verlegen was, een fijn schrander ventje en zij vond het heerlijk, dat hij veel minder wist dan zij. Want nu kon ze hem van haar hgstoel af heel wat vragen, waar 't kind nog niet mee bekend was. En dan gaf ze zegevierend antwoord op haar eigen vragen. Ze het hem nooit merken: wat ben je toch nog dom Sallie, maar wel hoe geleerd ze zelf al was.

153

Sluiten