Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ook dit eindelijke vreugdeweten is schijn, gelijk het heele leven schijn was. De mensch klimt op den berg der illusie en zakt even diep weg in de ontgoocheling. Wie den dood zoekt oprecht, heeft eindelijk begrepen, welk ontrouw spel het leven speelde met 's menschen koortsige fantasieën Wie den dood vreest, verlangt nog en is dan een onverbeterlijke dwaas.

De moeder van Hubert hoopt; ze hoopt, dat vreugd in de plaats van bitterheid in haar wezen zal komen noe voor ze sterft. Daarom wü ze onvernedërd tegenover de tijdelijke kwade levenskansen staan: ze gunt den overwinnaar zijn zegepraal niet.

Ze leest veel in den Bijbel en voornamelijk Predikerze kon dan toch weten, dat ze dwaalt door ten leste té bhjven gelooven in zegeningen hier op de aarde. Toch houdt ze vast met taai geduld. Ze wü niet vergeefs hebben geleefd, zij wü niet sterven met de dwaze vraag: wanneer zal ik nu weten waarom ik heb geleefd... ?

Star en dogmatisch is haar denken; voor 'de overtuigine van Hubert, vervat in deze woorden: Zoo blijven, geloof hoop en liefde, deze drie; doch de meeste van deze is de liefde . voor deze overtuiging heeft zij geen müd en diep begrijpen. Haar hart is gewond, te weerbarstig is haar innerlijk; ze moet zwijgen, de lippen dun op elkaar zij moet de hoop dooden, waar zij komt. Want niemand mag weten, dat zij de vermoeide, de teleurgestelde, tot den laatsten hartklop zélf nog hoopt.... niemand. Moeder - denkt Hubert, het vrouwtje in de back weer

163

163

Sluiten