Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De oude Philip kijkt op en knikt met heel zijn lijf. „Uw dochtertje was al lang ziek, is 't niet?" „Ja, mevrouw, meer dan anderhalf jaar." „Ach .... een zwaar gemis."

Philip de Lieme komt overeind en steekt in de donkere kamer de petroleumlamp aan. Hij beeft niet en is kalm, Hubert ziet hem na en verbaast zich meer en meer. Hij voelt een hand op zijn schouder en staat op. Philip leidt hem naar buiten. „Jongen," zegt hij, „jij bent goed voor ons meisje geweest, ja mijnheer Montijn, dat ben je. Geef me nou eens een hand..."

,,'t Is hard," mompelt Hubert.

Binnen is nu ook zijn moeder opgestaan en groet reeds de familie. Dit wordt door Bram begrepen, dat hij nu voor het gespan moet zorgen. Hubert komt weer binnen. ,,'t Rijtuig staat klaar, Hubert," zegt moeder.

„O, goed, ja, ja, we gaan weer weg." Voor hij instapt vraagt Hubert nog aan de Lieme waar Vrouke nu is.

„Ze ligt daar," wijst hij, „in de voorkamer. Maar U kunt haar niet meer zien, 't is een voorschrift van den Godsdienst. Ik heb haar ook niet meer gezien. Dank U wel voor het bezoek, U ook Mevrouw."

Zoo rijden ze heen de duisternis in.

165

Sluiten