Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

den stroom, — de vensters open, de huizen vertrouwd met den geur van den avond. Een rossige schijn op de muur van een binnengang. Ergens een heldere, hooge stem van een vrouw, — aan late dagtaak. Voort gaat de trein, — snijdt het geluid af. Deutsche Gemütlichkeit. De huizen zacht toegedekt door hun groote daken. Buiten, de ruischende stroom en de nachtonbestemdheid. Binnen de zang en de koeken en de koffie. O, zoete stond! — Maar God! er zijn leêge plaatsen, er is honger....

Daar is opeens weer de stroom, — een hei-licht kadetje met een rijtje boompjes, en tusschen de poorten die ze maken, de woelige wentelende watermassa, die telkens zilveren lichtplekken openvouwt. Kijk.de maan, fijn sikkelbootje in de ijle, melkblau we hemelzee, achter de wolkenkust. Neen, een vreemd blazoen, met één ster er vóór. — De Rhijn en de maan en de riddertijd. Zwart zijn de bergen achter de licht fonkelende rivier. De kasteeltjes er op, net als op de prentbriefkaarten. „Ich weisz nicht, wass soll es bedeuten,

11

Sluiten