Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

toen Jenny de Mondschein-Sonate had gespeeld, en toen wij samen, jij en ik, de bergen in zijn gewandeld, tot diep in den ; nacht? Het was voorgoed bij mij beslist. Ik wist het, dat er nu nog maar een doel was, in mijn leven en dat was, te leven voor haar. Je hebt toen weinig gezegd, maar je hebt alles begrepen. Ik dank je, voor je fijne tact. Ik heb me gesmeten in mijn werk, en ik heb mij verbeten. Niemand wist het, ons stil geheim, dan zij en jij. Altijd zag ik haar oogen, achter in mijn gedachten, haar mooie, groote oogen, en ik hoorde haar stem. Ik weet niet of jij zulk verlangen kent, — verlangen dat bijt aan je ziel. Er is maar een afleiding, er is maar één koorts dan, als zóóveel tijd en zooveel moeilijkheid je van elkaar houdt. Het werk, en altijd maar weer het werk. En nu zit ik hier twee jaar in Indië, alleen voor haar, om haar bij mij te hebben voor altijd. Ik ben ziek van het wachten. Kerel, je weet niet hoe grondeloos stil de avonden hier zijn. Ik zit op mijn voorgalerij, mijn studie bij te houden, want overdag houdt je praktijk je vast. Duizenden geluiden gon-

17

Sluiten