Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zen dan onder de omloofde waranda die heer Indië is. Het stemt alles samen tot een bronzen klank. Is het mijn bloed, dat door de stilte ruischt, is het de angst voor het alléén zijn, ik klein, wit mensch, in deze onmetelijke, onbekende wildernis? O God, wat een afstand en wat een tijd tusschen haar en mij. Ik houd het niet uit!....

Maar ik wil je niet vervelen met mijn geklaag. Ik schrijf je dezen brief om je wat te vragen, een grooten dienst.Wil je mij dien bewijzen? Wil je één ding doen, dat mij duizend angsten bespaart? — Wil je mij rust geven? Ja, ik weet het, je zult het voor mij doen.

Natuurlijk trouwen wij met de handschoen, en niemand anders dan jij, is de bruidegom.

Jenny moet dan zoo gauw mogelijk overkomen, zij moet de boot nemen in Genua. — Maar ik kan haar niet alleen laten gaan. Ben jonge vrouw als zij, onervaren, zóó uit het ouderlijk huis. Met de meest mogelijke voorzorgen ben ik bang. Je wéét het niet, hoe vreeselijk angstig je bent, voor wat je het liefste is. Eens zul

18

Sluiten