Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

jij het misschien óók weten. Toe, vergezel haar. Jij bent de eenige aan wien ik haar toevertrouw. Schrijf mij gauw dat je het doen zult en ontneem mij de zorg die dagelijks door mijn gedachten wroet.

Een handdruk van je broer

1 HERMAN.

3. DE NACHT IN DEN TREIN Dialoog.

Jenny: (wordt wakker, gaat recht op zitten, kijkt zoekend de coupé rond, ontdekt dan Karei.) Waar zijn we? Karei: (veegt met het gordijntje over het coupé-venster.) Ik zie haast niets, 't is donker geworden. Alleen vage omtrekken van bergen. Straks was er maan, maar die is weg.

Jenny: (leunt onwillekeurig even op zijn schouder, enstaartmèt hem in den nacht.) Zijn we den Rhijn al voorbij? Karei: Ja.

Jenny: Och, wat jammer, — ik ben ook zoo'n slaapkop. Je hadt me moeten wekken.

19

Sluiten