Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

te veel denken aan al dat vreemde van die zeereis en zoo. (Is zwijgzaam en nadenkend.) Karei, ik was 'n mal kind vannacht, maar je moet 't allemaal vergeten, — ik was zoo móe, zoo op eigenI lijk Zal-je 't vergeten (kijkt hem diep in de oogen).

Karei: Ja 't was te veel. Dat slaapje zal je goed hebben gedaan. Jenny: (Uitroep van verbazing) O! Kijk is, daar komen de sneeuwbergen! Kijk is, wéér een meer. O, en die witte zeilen!.... Hoe wonderlijk, hoe vréémd is alles. (Zacht, met nadruk.) Is dit nu het geluk? Dit zou-nu-het-geluk-künnenzijn.

Karei: (ziet betraande oogen, een druppel valt, zich vergissend, op zijn hand) Gaan we naar de restauratie-wagen? De koffie zal wel klaar zijn. J enny: (antwoordt niet) Wat eenschoonheid! (mild) Zeg Karei zal je bij me blijven, tot het laatste, tot het aÜer-laatste oogenblik. 't Is zoo moeilik, van alles afstand te doen?

Karei: Wat hadden we nou afgesproken? We zouen nou niet verdrietig meer

39

Sluiten