Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dan weer een man met een bezwaarlijke opdracht, die aan een vriend den dood moet aanzeggen van zijn vrouw. Een eindelooze wrevel en moeheid ligt op Jenny's gelaat, zij gaat en zij gaat met haast kreupelen tred, verloren en verpoverd in het onbarmhartig glanzende licht. Haar roode parasol gloeit in de middaghelderte, haar roode gezichtje is vol van angst en ergernis. En toch, door deze hel van oogenblik-1 ken die als eeuwigheden zijn, voert ons een zekerheid naar de bestemming. Wij staan nu in een hotelhal, waar het tjuikt van stemmen als in een volière. De portier, «— groote manchetten met als kleine zonnetjes glinsterende knoopen onder zijn zouave-kleurig livrei — heeft ons al ingeschreven met gracieuzen armzwier in het éene boek, de beide gelijkluidende namen, voor de éene kamer. Ik bezig veel woorden, terwijl Jenny zit uit te staren op een nabije sofa naar het Alpenlandschap — van wie was de schilderij? zoo flitst mij door het brein. — Ik hakkel in het Italiaansch, in het Fransch, in het Duitsch — het lijkt een examen in de

52

Sluiten