Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voortbewogen langs de palmen, die ja staan te knikken in den lichten wind. Over den San Salvatore zijn twee ketenen van lichtjuweelen gespreid, waar de tandradbaan gaat, die als een glimworm de reusachtige knie bekruipt. Roomwitte trammetjes zonder iemand er in, houden een co 11 illon rondom een melkblank pleintje,waar middenin een palmplantsoentje een fontijntje tiereliert. Uit alle witte café's komen roode en gele lampeschijnen, licht in het licht, en er klinkt muziek, wat monotoon, die op het klotsen der kleine golven lijkt. Onmerkbaar verpaerst de hemel de weg wordt effen wit, als een bruiloftslooper, traag, in de verte, trekken de stoeten der invalieden weg. Reeds gaat een enkel minnepaar, warm gearmd aan ons voorbij, bij over haar heengebogen als begroef hij zijn lippen in een volle roos. Dan staan ze stil, in roerlooze omstrengeling, twijgend en plechtig als een beeld, in den dalenden avond. Opeens beginnen over alle bergen de klokken te beieren van de campanula's, weemoedig en traag doet het gebeier zijn

56

Sluiten