Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

laten cypres pronkt aan den rooden oever der blauwe diepten, voornaam doelloos. De rotsen worden al stouter en wilder, strekken heur lenig gespierde granieten flanken in luie luxe omhoog, iets van heur naaktheid bloot gevend tusschen de al weelderiger bloemenoverdaad. En om de gebogen rotsenknieën hangen oude, witte kasteelen, de muren klampen zich vast om de worstelende gesteenten, om niet in den afgrond te vallen waaraan zij leunen. Soms lijken de kleuren zoo fel en afgescheiden, dat heel de wereld in haar onbewegelijkheid een prent wordt, — maar neen, er is een leven als ademlooze aandacht om ons heen. Wanneer wij staren in de zee, dan wazen alle indrukken samen in blauwheid, dan wordt alles omtogen door een floers van violet, omdat de oogen in blauwheid zijn gedrenkt. Purperen schepen als vlammende, ronde vruchten, waaraan de bloesemkleurige vlinders der zeilen zich hebben vastgehecht, zweven overal in de als lucht limpide watervlakte. En in de baaien baden kinderen, door het roode licht van de

83

Sluiten