Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zijn hand terug) laten we, I— laten we teruggaan, laten we, laat mij vluchten, laten we beneden een auto nemen, en een einde maken aan.... Je kent me niet, je weet niet....

Jenny: Je hebt me eens gezegd, dat het hoogste en mooiste van alle dingen in de wereld het offer is. Karei, ik weet dat nu, ik kan dat nu.

Karei: (rustiger, en uitend wat hij lang heeft nagedacht, maar smartelijk:) Ook dat mag niet zijn. (zich sluitend) Wij moeten elkaer vergeten, dat is het wat moet. Jenny: (hartstochtelijk) Karei, wil je het dan niet begrijpen? — Ik houd van hem, ik ben hem trouw, ik blijf van hem, altijd en overal. Maar jij bent het toch, die het mij heeft geleerd. Is er dan niets tusschen ons geweest, al die dagen? Laten we nu niet weggaan van hier, laten we niet weggaan, nóg niet, van mekaer. Er is nog zooveel te praten, zoo veel te beraden. Kijk daar, die eindelooze zee, die diepe blauwe afgrond. Hij neemt me morgen mee, en ik kan niet mee, ik kan niet weg, ik wil niet weg, als jij me niet begrijpt.

90

Sluiten