Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

4. IN HET HUIS VAN NIETZSCHE Vertelling.

Tegen den avond komen wij in Camogli aan, van Portofino-Kulm langs den breeden heerweg neergedaald, die als een reeks terassen, wijd over de glooiing van den berg naar beneden ügt. Wij gaan op grooten afstand van elkander, eerst de gids, die nog aldoor wijst met zijn stok naar de schoonheid der wereld, en van de zee, die nu ver achter de bergweiden als een lichtende ijlte al verloren gaat, en achter den gids wij beiden, Jenny het laatst. Maar wij zijn moe van schoonheid, verdrietig en zeer eenzaam. Wij trekken door een purperen duisternis, avondrood wolkend over een kristallen hemel en kaatsend op wegen van ivoor. De vreugde dezer zuidelijke wereld heef t iets onbarmhartigs.Niets wordt er anders dan de kleuren, alles blijft pronken, in onverstoorbaarheid, de olijven zijn roerloos in de windstilte, er komen geen meren van schaduw, geen diepe bezonkenheden in de natuur, niets vloeit ineen, de dingen blijven afzonderlijk en

92

Sluiten