Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Morgen, morgen zal het kunnen. Ik mag haar niet storen in dit eerste uur van liefdes opengaan. Er rijst iets in mij van een ontzettend, angstig geluk. Omdat, omdat wij elkander liefhebben, daarom, alleen en almachtig, kan het, mag het -— nu nog niet. Voor het innerlijk oog verschijnen kleurige, lichte verbeeldingen, een blauwe zee, roerlooze pracht van palmen, een weide met duizend bloemen onder een blauwe, lichtende hemel. En hoe er muziek en poëzie in mij gaat leven, ik weet het niet, — maar ik prevel het zacht als een gebed, dat vloeit uit een verteederde herinnering:

nu lichtvergeten de avond rust wordt ieder weten dieper bewust maar elk begeeren dat Liefde deeren zou, en bezeeren is nu gesust.

en wijder sperren zich ziel en zin

106

Sluiten