Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

nu ver de sterren ontvonken in den onbetogen azuren Hoogen klaar als de oogen die ik bemin. —1)

7. DE RAZENDE JACHT Dialoog.

(Karei en Jenny in de automobiel, die hen van Camogli naar Genua voert. Een kleine, roode wagen, voor twee maar, koffers om henheen, voor hen, gebogen over zijn stuur de chauffeur, verdiept in zijn werk. De wereld is lachend en dauwbepareld. Een frissche wind flappert in de zonnige lucht. Zij zitten, dicht aaneengedrongen, onder éénzelfde reisplaid. De raadselachtige, dronken vroolijkheid, die ieder mensen vóór groot verdriet en katastrophen beheerscht, heeft zich van hen meester gemaakt.) Karei: (zingt luid op, zoodat *t het geraas van den motor overstemt).

0 Geerten Gossaert.

107

Sluiten