Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Jenny: (staat over hem, doodsbleek, wanhopig en gewond) Wat nu? Karei: Ik wéét het niet. Jenny: (juichend, door haar tranen) Dan weet je het wel. Het kan nog. Liefste.... het kan nog.

Karei: (ademloos, fluisterend) ja, het kan nog.

Jenny: Toe, laten we 't grijpen, (trekt hem aan de arm) toe ga mee, ga mee, laten we vluchten. Karei: Durf je?

Jenny: Jij durft. Toe jongen, ga mee, we nemen een auto, aan de ka, en we gaan weg, weg van de zee, weg de bergen in, samen, voor altijd. Karei: (bezwijkt) mijn lieve, mijn eigen vrouw, (neemt heel voorzichtig haar blonde hoofd tusschen zijn handen, en langzaam, langzaam, om het nimmer te vergeten brengt hij zijn lippen naar de hare, en geeft haar een lange, eindelooze kus). De scheepstoeter bromt, het eerste sein van vertrek.

Jenny: (slaat bei haar armen om zijn nek, klampt zich aan hem vast, zoent hem overal, hijgend hun ademen in elkaer,

112

Sluiten