Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Daar stormde Marie van Eysden het tooneel op; op 't punt den schouwburg te verlaten, want na III was ze „af. Ze ziet de wanhoop: Mevr. Beersmans bewusteloos, met twee doctoren bij haar

„Geef maar hier; maar vraag de zaal 'n beetje geduld te hebben, want ik moet me natuurlijk verkleeden." En Marie van Eysden snelde naar heur kleedkamer terug. Twintig minuten later werd weer „gehaald" en speelde men verder.

't Publiek was dankbaar maar de directie

niet minder. Den volgenden dag moest 't stuk echter in Dordrecht gaan, en aarzelend vroeg Haspels, of Mevrouw Van Eysden ook daar de zieke tragedieme wilde vervangen.

„Ik zal zien hoor! De zal mijn best doen", was

het antwoord en den volgenden dag bij de

spoedrepetitie, kende zij al die honderden pagina's van buiten, tot stomme verbazing van haar collegae! De voorstelling, 's avonds, liep op rolletjes. Het Dordtsche publiek, dat van den toestand op de hoogte was gebracht, toonde zich enthousiast, en toen zij het stuk besloot met de

bekende claus: „Zie zoo nu kunnen wij gaan

37

37

Sluiten