Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

11

A en een der andere drukken, B of C met uitsluiting van de derde. Gemakkelijk ging dit niet, want A vertoont wel veel spelling-eigenaardigheden en incongruenties, maar die behoren, zoals we opgemerkt hebben, zonder twijfel tot het voorbeeld.

Wel vertoonden A en C een aantal gemeenschappelijke fouten, maar deze zijn meer als spel- en taalfouten, of als misverstand van de inhoud te beschouwen, b.v.:

bl. 39: iets goed, iets voordeeligs.

bl. 41: zo voer hij de Militaire Jurisdictie in.

bl. 43: en niets ter wereld Godt (i. p. v. Gods).

bl. 47: Ridderschap en Edelen (i. p. v. Steden).

bl. 44: den weg zijn'er Vaderen (i. p. v. zijner), enzovoorts. Zij komen dan ook getrouw in B voor.

Evenwel vond ik bl. 49, zowel in A als in C, maar niet in B, de zetfout: driehonderdert. B had de juiste vorm. Hiermee was in elk geval uitgemaakt, dan B niet tussen A en C kon staan, evenmin als (zie boven) A tussen B en C. C moest dus de middelterm geweest zijn.

't Vermoeden, dat C de oorspronkelijke druk was, was weer versterkt. Strikt genomen, waren er echter nog drie gevallen mogehjk:

I. A < C > B,

II. A > C > B,

III. A < C < B.

Een van deze kon ik alras uitsluiten, n.1. het laatste. Bij een nadere vergelijking van A, B en C bleek mij n.1. het merkwaardige feit, dat op bl. 9 van B een regel ontbrak.

Terwijl A en C hebben (reg. 19 v.v. van boven):

De Algemeene Staaten niet, zo als tegenwoordig, [door den geest van eenen Engelscngezinden Stadhouder,] maar door den geest der Vrijheid gedreven, ondersteunden deeze patriotsche pogingen;

ontbreekt in B het door mij tussen haken geplaatste gedeelte, dat juist gelijk staat met een hele regel druks; een tussenzin, die in 't midden van r. 20 bij een komma begint en in 't midden van r. 21, óók bij een komma, eindigt.

Het moest dus aherwaarschijnlijkst zijn, dat het oog van de zetter van B, die toch al buitengewoon slordig te werk ging, na 't zetten van „tegenwoordig", met de komma een regel was afgezakt en, weer beginnend na de komma van r. 21, met het woordje „maar" was voortgegaan.

Evenwel moest nog rekening gehouden worden met de geringe mogelijkheid, dat de regel bij het drukken van 't manuscript af (op de aangegeven wijze) was weggelaten en bij een herdruk ingevoegd.

Deze mogelijkheid wordt echter volstrekt uitgesloten door het feit, dat bl. 9 van B, waaruit de regel is weggevallen, een regel minder telt dan bl. 9 van A en C, en dan alle andere normale bladzijden, ook van B zelf, n.1. 41 i. p. v. 42 regels. Van 't manuscript afdrukkend, zou de zetter zo iets niet gebeurd zijn, ook al sloeg hij iets over. B is dus een nadruk en wel blijkens zijn zeer nauwe verwantschap met C, van C.

Er bleven nu nog 2 mogelijkheden over, n.1.:

I A < C > B,

II A > C > B.

Sluiten