Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Misschien déze roos uit Damascus? Ze geurt nog en heeft een geheimzinnige kleur.

Ze brengt me die geestige charades in de herinnering, die opgegeven werden in het zwijgend teekenspel van bevallige pantomimen. Een tooneel was ervoor onder de boomen in elkander getimmerd. In een van de zinvolste speelde ook de gastvrouw mee. Een oogenbhk verbeeldde ik mij, dat ze dit terwille van mij zoo in scène gezet had, en er me een stillen raad in wilde geven. Uitgedost als vorstin van Marokko lag ze op een ottomane neergevleid. Door de achterdeur vertrpk juist de sultan, van wien nog slechts een vervaarlijk vette rug was te zien. Het hoofd naar heur heengaanden gebieder omwendend, wenkte ze met een juweelberingden vinger den jongen hoveling, die, de armen voor de borst gekruist, terzijde van het rustbed wachtte. Achter een breedbladerigen palmstruik hurkte, met fonkelende oogen door het loover loerend, een neger, die een dolk in de hand hield. „De echtgenoot en de minnaar", luidde de oplossing, maar wat dan beduidde die spiedende slaaf? Een waarschuwing?

Neen, ook de roos van Damascus kan mij niet dienen, ze is tot in het hart verrot.

Toen de charades waren afgeloopen, en wij ons in de gaarde verspreid hadden, voelde ik plotseling een hand op mijn schouder, en mevrouw de Soubise

Jk en mijn Speelman

47

Sluiten