Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Dan zwijg ik verlegen, want Valentijn slaat zulke verrukkelijke accoorden op zijn muziekinstrument aan, dat ik er de oogen vochtig van voel worden. Maar ik schijn niets anders ten beste te mogen geven dan enkel mijn leugens.

Zuchtend vleit de pater zich neer aan mijn zijde. Omdat zijn vergenoegdheid mij ergert, vraag ik hem spottend, of dit wufte rumoer op den dag van de stilte hem niet pijnlijk moet treffen.

„Waarom zóu het, mijnheer," zegt hij rustig, „altijd is het mij opgevallen, dat de vaardigste dansers de vroomsten van de gemeenteleden blijken te zijn. Wie 's morgens het braafst naar de mis zit te luisteren, aan hem gelukken des avonds de. fraaiste passen bij de menuet. In mijn gedachten heb ik dikwijls den dans en het gebed bij twee appels vergeleken, die van denzelfden tak worden geplukt, en, om bij het plantaardige te blijven, ik geloof, dat een Zondag, welke met een kerkgang wordt begonnen, en uitgeleid wordt met een bal, waar Valentijn de speelman bij is, veel van een krans heeft, waarvoor als eerste bloem een roos is gekozen, en die ten laatste met een roos wordt afgemaakt."

Hier weet ik niet veel op te zeggen, en ik bied den priester een dronk aan.

„Voor ons beiden een beker," roep ik den haastigen Jacobus toe.

71

Sluiten