Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

9

n

ZEVENTIENDE HOOFDSTUK

Een wonderbaar avontuur, dat de macht van de dichtkunst doet blijken, en een ongeluksvogel nieuw in de vederen steekt.

Een zuilengang van stammen, het door het zonlicht getijgerde loover, en de beek, die in het diepst van de schaduw als een mijmerende wandelaar bij zichzelf loopt te zingen: het bosch . ..

Zoo is het gegroeid en geschapen. Maar een enkel woord uit menschenmond kan in staat zijn, om het van den wortel tot de kruin te veranderen. Als het een woord is, dat een liefde bekent, of het ongeduld van een verlangen, herschept het de beuken in paradijsboomen, en het bronnetje in een der rivieren waardoor de hof van Eden wordt begrensd. Ook echter kan het woud versteenen, en door een los gezegde in duisternis worden gehuld.

Zoo iets gebeurt er als Valentijn, nadat hij zich bedenkelijk achter het oor gekrabd heeft, mij toevoegt, dat we hopeloos zijn verdwaald.

Nu heeft de kruidige nazomergeur zijn bekoring verloren, nu kan elke boomtwijg, die neervalt, even goed den voetstap van een belager beduiden, de roep van een vogel een teeken om zich te verzamelen, en dat verweg gemurmel den doodssnik van gemartelden.

80

Sluiten